Samenvatting eisen ISO 14001
Onderwerpen
- Contextanalyse
- Milieubeleid
- Leiderschap
- Wettelijke en andere eisen
- Doelstellingen en planning
- Competenties, bewustzijn en communicatie
- Operationele planning en beheersing
- Management van wijzigingen (management of change)
- Voorbereiding op noodsituaties
- Monitoren, meten en evalueren
- Interne audits en directiebeoordeling
- Verbetering
Contextanalyse
De organisatie inventariseert en houdt actueel wat in- en extern:
- de belangrijke ontwikkelingen zijn (bijvoorbeeld qua technologie; wettelijke eisen etc.) die belangrijk zijn voor het milieubeleid van de organisatie.
- de behoeften en verwachtingen van bijvoorbeeld medewerkers en opdrachtgevers zijn ten aanzien van milieu en hoe hier in het managementsysteem rekening mee wordt gehouden.
- het toepassingsgebied van het milieumanagementsysteem (MMS) is; wat valt wel en niet onder het MMS. Denk hierbij ook aan uitbestede processen.
Leiderschap
De betrokkenheid van de directie is expliciet in de norm uitgewerkt in een negental onderdelen waar de directie op kan worden aangesproken. Dit betekent dat de directie leiderschap moet tonen ten aanzien van diverse onderdelen van het MMS en verantwoordelijkheid moet nemen voor de effectiviteit van het MMS. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor relevante rollen moeten in de organisatie zijn toegekend en gecommuniceerd.
Identificatie van gevaren en beoordeling van risico’s en kansen
De organisatie zorgt voor een systematisch en actueel en gedocumenteerd inzicht in de gevaren en risico’s en kansen van producten, processen en diensten. Gekeken wordt naar de significante milieuaspecten zoals effecten naar bodem, water, lucht, klimaatverandering etc.
Doelstellingen en planning
Het identificeren van milieuaspecten wordt gedaan vanuit het levenscyclusperspectief. Dat betekent dat de organisatie bekend moet zijn met de belangrijke milieuaspecten zowel bij toeleveranciers als in de fase van gebruik/afdanking van de producten en diensten. Vervolgens moet worden bepaald of ook invloed op de milieuaspecten kan worden uitgeoefend.
Op basis van de significante milieuaspecten, complianceverplichtingen en risico’s en kansen worden doelstellingen geformuleerd. Aan de doelstellingen worden indicatoren bepaald waarmee de voortgang kan worden beoordeeld. De acties om doelstellingen te realiseren worden bij voorkeur geïntegreerd in andere bedrijfsprocessen.
Competenties, bewustzijn en communicatie
Er wordt voor gezorgd dat medewerkers over de competenties beschikken (door bijvoorbeeld opleiding en training) die nodig zijn om de milieudoelstellingen te realiseren. Medewerkers worden ook bewust gemaakt van de gevaren en risico’s die aan de orde kunnen zijn en hoe daarmee om moet worden gegaan.
Operationele planning en beheersing
Afspraken worden gemaakt over de wijze waarop dagelijks wordt gehandeld en gezorgd dat aan alle verplichtingen wordt voldaan en alle maatregelen ook in de praktijk worden gebracht. In de norm wordt gesproken over het levenscyclusperspectief waarbij aandacht moet zijn voor milieuaspecten in het ontwerp- en ontwikkelingsproces waarbij naar alle fasen van het product of dienst wordt gekeken, inclusief:
- Inkopen van producten en diensten;
- Milieueisen aan externe leveranciers;
- Informatie aan gebruikers en in verschillende stadia van het product of dienst zoals transport of levering, gebruik en afvalfase.
Management van wijzigingen (management of change)
Extra risico’s ontstaan op het moment dat er veranderingen zijn in het dagelijkse patroon. Door vooraf na te denken over de mogelijke gevaren en risico’s van, of van effecten op andere processen op de veranderingen kunnen maatregelen worden getroffen om hierop te anticiperen.
Voorbereiding op noodsituaties
Noodsituaties kunnen bijzondere milieurisico’s met zich meebrengen. Mogelijke noodsituaties (scenario’s) worden geïdentificeerd (bijvoorbeeld brand). Maatregelen worden genomen om enerzijds noodsituaties te voorkomen en anderzijds adequaat te reageren wanneer zich een noodsituatie voordoet. De scenario’s worden geoefend.
Interne audits en directiebeoordeling
Interne audits worden uitgevoerd om te beoordelen of het managementsysteem voldoet aan de norm en functioneert. De directie beoordeelt alle resultaten en nieuwe inzichten uit de actuele contextanalyse en stelt doelstellingen bij om een continue verbetering te realiseren van zowel systeem als de prestaties.
Verbetering
Het laatste hoofdstuk betreft verbetering. In dit hoofdstuk wordt aangegeven wat van de organisatie verwacht mag worden ten aanzien van continue verbetering en corrigerende maatregelen als afwijkingen ten opzichte van de uitvoering van het milieumanagementsysteem of de norm worden geconstateerd.